Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

31-08-2009

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0080

Zaaknummer

08-197Alk

Inhoudsindicatie

Klacht tegen advocaat klagers wederpartij. Maatstaf.

Inhoudsindicatie

Grote vrijheid en beperkingen daarvan. Verzet ongegrond.

Uitspraak

RAAD VAN DISCIPLINE

in het ressort Amsterdam

 

BESLISSING d.d. 31 augustus 2009

in de zaak 08-197 Alk

______________________________

De raad heeft het volgende overwogen en beslist naar aanleiding van het op 1 september 2008 bij de raad binnengekomen verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad op de klacht van:

De heer

k l a g e r

tegen:

Mevrouw mr.

v e r w e e r s t e r

1. Verloop van de procedure

1.1 Bij brief van 23 juli 2008, door de raad ontvangen op 24 juli 2008, heeft de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Alkmaar de klacht ter kennis van de raad gebracht. 

 

1.2 Bij beslissing van 22 augustus 2008 heeft de voorzitter van de raad de klacht deels kennelijk ongegrond en voorts klager deels kennelijk niet ontvankelijk verklaard. Deze beslissing is op 28 augustus 2008 aan klager verzonden.

1.3 Bij brief van 29 augustus 2008, door de raad ontvangen op 1 september 2008, heeft klager verzet ingesteld tegen deze beslissing van de voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 22 juni 2009 in aanwezigheid van partijen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van:

– de beslissing van de voorzitter waartegen verzet en van de stukken waarop die beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven;

– het verzet van klager bij brief van 29 augustus 2008;

– de brieven van klager van 1 mei 2009, 18 mei 2009 en 10 juni 2009.

2. Klacht, verzet

2.1 De klacht van klager houdt samengevat en zakelijk weergegeven in, dat verweerster in strijd met artikel 46 Advocatenwet heeft gehandeld doordat:

(a) zij in de procedure tussen haar cliënte en klager feitelijke onjuistheden naar voren heeft gebracht; en

(b) zij of haar kantoor te hoge bedragen aan haar cliënte en aan klager heeft gedeclareerd.

2.2 Het verzet houdt zakelijk weergegeven in dat de voorzitter de klacht van klager ten onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard alsmede klager ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn klacht.

3. Feiten

Voor de beoordeling van het verzet en de daarin ten grondslag liggende klacht kan, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van het volgende worden uitgegaan.

3.1 Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (hierna: het Hoogheemraadschap) heeft aan klager op 25 juni 2005 en 18 oktober 2006 dwangbevelen doen betekenen. Deze dwangbevelen strekten tot betaling van 7 aanslagen waterschapsbelasting opgelegd in de jaren 2000 t/m 2006. Op 21 februari 2007 zijn de dwangbevelen ten uitvoer gelegd middels beslag op roerende zaken.

3.2 Bij verzetdagvaarding van 10 april 2007 heeft klager bij de rechtbank Alkmaar een verzetprocedure tegen de dwangbevelen aanhangig gemaakt. In deze procedure is verweerster opgetreden als advocaat van het Hoogheemraadschap.

3.3 De rechtbank heeft klager bij vonnis van 5 maart 2008, rolnummer 94850/HA ZA 07-363, niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en hem veroordeeld in de proceskosten. De niet-ontvankelijkheid is gegrond op het feit dat klager de belastingontvanger had moeten dagvaarden en niet het Hoogheemraadschap. Klager heeft ook tegen diverse aanmaningen rechtsmiddelen ingesteld. Tegen de onderliggende belastingaanslagen had klager beroep ingesteld bij de rechtbank Haarlem. Deze beroepen zijn ongegrond verklaard.

4. Beoordeling van het verzet

4.1 Terecht heeft de voorzitter met betrekking tot klachtonderdeel a) overwogen dat, nu de klacht is gericht tegen de advocaat van klagers wederpartij, de door de voorzitter genoemde maatstaf heeft te gelden. Deze maatstaf houdt in dat de advocaat van de wederpartij een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die haar goed dunkt. Die vrijheid is niet onbeperkt en kan onder meer worden ingeperkt indien de advocaat (i) zich onnodig grievend uitlaat over de wederpartij, (ii) feiten poneert waarvan hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zij in strijd met de waarheid zijn, of indien (iii) de advocaat (anderszins) bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig schaadt zonder dat daarmee een redelijk doel wordt gediend. De door klager aan zijn klacht ten grondslag gelegde feiten rechtvaardigen evenwel niet de conclusie dat verweerster zich aan zodanig gedrag heeft schuldig gemaakt.

4.2 De raad is met de voorzitter van mening dat uit de diverse uitvoerige, maar taalkundig en inhoudelijk moeilijk te begrijpen brieven van klager, lastig is te distilleren op welke feitelijke onjuistheden klager nu precies doelt. In aanvulling op hetgeen de voorzitter hieromtrent heeft overwogen, overweegt de raad dat ter zitting is komen vast te staan dat klager verweerster verwijt uit een conclusie van dupliek uit een andere procedure, stellingen te hebben overgenomen in een tegen klager gevoerde procedure. Klager heeft dit niet verder toegelicht of gespecificeerd.

4.3 Verweerster heeft ter zitting weliswaar erkend dat zij in de door haar namens haar cliënt tegen klager gevoerde procedure heeft verwezen naar een andere procedure, naar het oordeel van de raad is echter het enkele feit dat verweerster in een namens haar cliënte jegens klager gevoerde procedure naar processtukken in een andere procedure heeft verwezen, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

4.4 De raad is derhalve met de voorzitter van oordeel dat klachtonderdeel a) kennelijk ongegrond is en voorts is de raad van oordeel dat er geen plaats is voor nader onderzoek naar deze klacht.

4.5 Met betrekking tot klachtonderdeel b) is de raad van oordeel dat de voorzitter terecht heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is. Klager stelt dat diverse declaraties van S Advocaten – het kantoor waar verweerster aan is verbonden – aan de cliënt van verweerster, te hoog zijn. Met de voorzitter is de raad echter van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in klachtonderdeel b), nu klager als wederpartij niet kan klagen over de declaraties die verweerster aan haar cliënte heeft uitgebracht. Datzelfde geldt voor zover dit klachtonderdeel ziet op declaraties die een andere advocaat van S Advocaten in het verleden in andere zaken aan klager zelf in rekening heeft gebracht. De klacht is immers tegen verweerster en niet tegen die andere advocaat gericht. De raad is ook ten aanzien van dit klachtonderdeel van mening dat geen plaats is voor nader onderzoek.

4.6 Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter geen nieuwe gezichtspunten oplevert, moet het verzet dan ook ongegrond worden verklaard. 

BESLISSING

De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gewezen door mr. H. Brouwer, voorzitter, mr. A. Gerritsen-Bosselaar, mr. A. de Groot, mr. P.W.M. Huisman, mr. M.W. Schüller, leden, met bijstand van mr. S. Baks als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 31 augustus 2009.

Voorzitter      Griffier

 

Deze beslissing is in afschrift op 31 augustus 2009 per aangetekende brief verzonden aan:

- klager

- verweerster

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten in het arrondissement Alkmaar

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten.

Van deze beslissing kan géén hoger beroep bij het hof van discipline worden ingesteld.