Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

24-03-2009

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0754

Zaaknummer

08-274 Alk

Inhoudsindicatie

 Verzet ongegrond.

Inhoudsindicatie

Verweerster, in haar hoedanigheid van deken, werd verweten dat zij zich zou hebben vereenzelvigd met de advocaat tegen wie klager eerder een klacht had ingediend en zich grievend jegens klager zou hebben uitgelaten. Vanwege gebrek aan feitelijke grondslag heeft de raad het verzet ongegrond verklaard.

Uitspraak

                                    

     RAAD VAN DISCIPLINE

                                           in het ressort Amsterdam

 

BESLISSING d.d. 24 maart 2009

in de zaak 08-274Alk

De raad heeft het volgende overwogen en beslist naar aanleiding van het verzet van 14 november 2008 tegen de beslissing van de plaatsvervangend. voorzitter van de raad op de klacht van:

De heer

k l a g e r

tegen

mr.

v e r w e e r s t e r 

1. Verloop van de procedure

1.1 Bij brief van 2 oktober 2008, door de raad ontvangen op 6 oktober 2008, heeft de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Alkmaar de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 Bij beslissing van 31 oktober 2008 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard, welke beslissing op 3 november 2008 aan - onder meer - klager is verzonden.

1.3 Bij brief gedateerd op 12 en 13 november 2008, door de raad ontvangen op 14 november 2008 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld ter zitting van 14 januari 2009. Ter zitting zijn partijen niet verschenen. Klager en verweerster hebben op voorhand aan de griffie van de raad van discipline bericht niet aanwezig te kunnen zijn.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van:

- de in paragraaf 1.1 genoemde brief van de deken aan de raad,

- de stukken genummerd onder de punten 1 t/m 14 in de inventarislijst die bij de brief van de deken is gevoegd,

2. Klacht; verzet

2.1 De klacht houdt zakelijk weergegeven, in dat verweerster in strijd met artikel 46 Advocatenwet heeft gehandeld door:

(a) zich grievend uit te laten en zich schuldig te maken aan het schenden van de Grondwet door te stellen dat advocaten in hun vrijheden ongehoorzaam mogen zijn aan de ambtseed en de Grondwet, en

(b) zich te vereenzelvigen met mr. X, tegen wie klager eerder een klacht indiende, en deze in bescherming heeft genomen.

2.2 Het verzet houdt in dat de voorzitter ten onrechte de klacht kennelijk ongegrond heeft verklaard, nu in de beslissing ten onrechte wordt goedgekeurd dat verweerster zich heeft vereenzelvigd met mr. X en in haar opstelling jegens klager geen rekening zou hebben gehouden met het bepaalde in artikel 10 Grondwet.

3. Feiten

3.1 In een eerdere klachtprocedure tussen klager en een advocaat van diens wederpartij, heeft verweerster onderzoek gedaan. Klager heeft op 4 juli 2008, aangevuld bij brieven van 23 en 31 juli 2008 een klacht ingediend bij de raad over de wijze waarop verweerster dit onderzoek heeft verricht. De klacht zag met name op de bewoordingen die verweerster in haar brief van 26 mei 2008 aan klager en de advocaat van diens wederpartij, in de eerdere klachtprocedure heeft gebruikt.

3.2 Bij beslissing van 21 juli 2008 heeft de raad de zaak voor nader onderzoek doorverwezen naar de deken van het arrondissement Alkmaar. Deze heeft de klacht bij brief van 2 oktober 2008 ter kennis van de raad gebracht.

4. Beoordeling van het verzet

4.1 Bij de beoordeling van het verzet stelt de raad voorop dat volgens vaste rechtspraak van het hof van discipline heeft te gelden dat een advocaat ook in een andere hoedanigheid dan die van advocaat geen gedragingen mag doen die het vertrouwen in de advocatuur kunnen ondermijnen. De plaatsvervangend voorzitter heeft deze norm in zijn beslissing van 31 oktober 2008 dan ook terecht als uitgangspunt genomen, nu de klacht is gericht tegen verweerster, niet in haar hoedanigheid als advocaat maar in haar hoedanigheid als deken.

4.2 Met de plaatsvervangend voorzitter is de raad van oordeel dat uit niets blijkt dat verweerster zich ten tijde van het onderzoek naar eerdere  klachten van klager zodanig heeft gedragen dat zij de hierboven onder 4.1 weergegeven norm heeft overschreden. De inhoud van het verzetschrift mist naar het oordeel van raad feitelijke grondslag, zodat het verzet ongegrond is.

 

BESLISSING:

De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2009 door mr. Th.S. Röell, voorzitter, mr. M. le Belle, mr. J.R. Goppel, mr. P.W.M. Huisman, mr. B.C. Romijn, leden, en mr. D.J.L. Siegers, griffier

 

voorzitter      griffier

Deze beslissing is op 24 maart 2009 per aangetekende brief verzonden aan:

-  klager

- verweerster

- de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Alkmaar

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.