Update
Onder het kopje ‘Selectie uitspraken door de NOvA’ wordt toegelicht waarom de uitspraken zijn geselecteerd. Door te klikken op het ECLI-nummer wordt u doorgeleid naar de database NOvA Tuchtrecht Updates.
Onder het kopje ‘Samenvattingen’ vindt u de samenvattingen die door de tuchtcolleges ten behoeve van de publicatie zijn gemaakt. Deze samenvattingen zijn ook te vinden in de database NOvA Tuchtrecht Updates.
Selectie uitspraken door de NOvA
ECLI:NL:TADRARL:2025:254: Berisping wegens optreden tegen eigen cliënte in dezelfde echtscheidingsprocedure
Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat wederpartij, terwijl hij advocaat was van klaagster in een echtscheidingsprocedure. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar belangen onvoldoende heeft behartigd en in strijd met de kernwaarde partijdigheid heeft gehandeld door uiteindelijk tegen haar op te treden, terwijl hij haar eerder ook had bijgestaan.
De raad stelt vast dat verweerder aanvankelijk uitsluitend voor de ex-partner van klaagster optrad, maar vervolgens voor klaagster een toevoeging heeft aangevraagd en haar een factuur voor de eigen bijdrage heeft gestuurd. Ook uit de correspondentie blijkt volgens de raad dat verweerder op dat moment niet langer uitsluitend voor één partij handelde, maar beide partijen begeleidde in het kader van een beoogd gezamenlijk verzoek tot echtscheiding. Daarmee was klaagster eveneens zijn cliënte geworden.
Toen vervolgens tussen klaagster en haar ex-partner een geschil ontstond over een essentieel onderdeel van de echtscheidingsregeling, liepen hun belangen uiteen. Op dat moment had verweerder zich volgens de raad van beide partijen moeten terugtrekken. In plaats daarvan heeft hij ervoor gekozen uitsluitend voor de ex-partner van klaagster verder op te treden en namens de ex-partner een eenzijdig verzoek tot echtscheiding in te dienen. Daarmee trad verweerder op tegen iemand die hij eerder in dezelfde zaak als cliënt had bijgestaan.
De raad oordeelt dat verweerder daarmee heeft gehandeld in strijd met gedragsregel 15, die beoogt te voorkomen dat een advocaat betrokken raakt bij een belangenconflict of tegen een voormalige cliënt optreedt in een zaak waarin hij eerder voor die cliënt heeft gehandeld. Dit raakt rechtstreeks aan de kernwaarden partijdigheid en onafhankelijkheid. Het verweer van verweerder dat hij steeds uitsluitend de advocaat van de ex-partner zou zijn gebleven en hierover een voorbehoud had gemaakt, vindt onvoldoende steun in de stukken en wordt door de raad niet gevolgd.
De raad verklaart de klacht gegrond en oordeelt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door tegen een eigen cliënte op te treden in dezelfde procedure. Gelet op de ernst van deze schending van de beroepsregels en het beperkte inzicht van verweerder in het laakbare van zijn handelen, legt de raad de maatregel van een berisping op.
ECLI:NL:TADRARL:2025:255: Geen tuchtrechtelijk verwijt bij uitvoering echtscheidingsmediation en declaraties
Deze zaak betreft een klacht van een voormalige cliënte tegen haar advocaat-scheidingsmediator. Verweerster heeft klaagster en haar ex-echtgenoot begeleid tijdens hun echtscheiding. Klaagster verwijt verweerster dat zij excessief heeft gedeclareerd en de mediation onzorgvuldig heeft uitgevoerd. Volgens klaagster voelde zij zich onvoldoende gehoord, kreeg haar ex-partner te veel ruimte tijdens de gesprekken en zijn onjuiste voorstellen gedaan over de financiële afwikkeling van de scheiding.
De raad stelt allereerst vast dat verweerster weliswaar optrad als mediator, maar dit deed in haar hoedanigheid van vFAS-advocaat-scheidingsmediator. Op grond van de mediationovereenkomst geldt daarom het toetsingskader dat normaal wordt toegepast op de eigen advocaat. De raad concludeert op grond van deze overeenkomst dat verweerster voor klaagster en haar ex-partner als advocaat, en dus niet in een andere hoedanigheid, heeft opgetreden, waardoor verweerster wordt beschouwd als de eigen advocaat van klaagster.
Ten aanzien van de declaraties overweegt de raad dat de tuchtrechter slechts beoordeelt of er sprake is van excessief declareren. Daarvan is volgens de raad geen sprake. Klaagster heeft niet betwist dat de gedeclareerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht. Verweerster heeft bovendien voldoende toegelicht dat de mediation complex was en dat de opstelling van beide partijen een aanzienlijke tijdsinvestering vergde. Dat het eindresultaat voor klaagster tegenviel en de declaraties daardoor hoog aanvoelden, betekent niet dat deze tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn. Het verwijt van excessief declareren wordt daarom ongegrond verklaard.
Ook het verwijt dat verweerster de mediation onzorgvuldig heeft uitgevoerd slaagt niet. Uit de verslagen van de mediationgesprekken blijkt dat beide partijen voldoende gelegenheid hebben gehad om hun standpunt naar voren te brengen. De raad ziet geen aanwijzingen dat verweerster de ex-echtgenoot van klaagster heeft bevoordeeld of hem meer ruimte heeft gegeven dan klaagster. Evenmin is gebleken dat verweerster onjuiste financiële voorstellen heeft gedaan of dat zij de mediation eerder had moeten beëindigen. Als klaagster zich niet langer kon vinden in de gang van zaken, stond het haar vrij de mediation te beëindigen, hetgeen zij uiteindelijk ook heeft gedaan.
De raad concludeert dat niet is gebleken dat verweerster tekort is geschoten in haar werkzaamheden als advocaat-scheidingsmediator. Zowel het verwijt van excessief declareren als het verwijt van onzorgvuldige dienstverlening wordt ongegrond verklaard. De klacht wordt daarom in haar geheel ongegrond verklaard.
ECLI:NL:TAHVD:2025:250: Schorsing wegens juridisch ondermaats presteren, onvoldoende informatievoorziening en onzorgvuldige klachtbehandeling
Deze zaak betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Klager verwijt verweerder dat hij juridisch ondermaats heeft gepresteerd, hem onvoldoende heeft geïnformeerd en op onzorgvuldige wijze zijn werkzaamheden heeft neergelegd, onvoldoende partijdigheid heeft betracht en niet heeft gezorgd voor een adequate afhandeling van een interne klacht. De raad verklaarde alleen het klachtonderdeel over de informatievoorziening en de wijze van beëindiging van de dienstverlening gegrond en legde een voorwaardelijke schorsing van zes weken op, met een proeftijd van twee jaar. Zowel klager als verweerder kwam in hoger beroep.
Anders dan de raad oordeelt het hof dat verweerder ook op vakinhoudelijk vlak tekort is geschoten. Uit een arrest van het gerechtshof blijkt dat verweerder aanvullende producties pas minder dan twee uur voor de mondelinge behandeling heeft ingediend, terwijl daarvoor geen verklaring is gegeven en de stukken eerder hadden kunnen worden ingebracht. Het gerechtshof heeft die stukken daarom buiten beschouwing gelaten. Daarnaast heeft verweerder klager ten onrechte in de veronderstelling gelaten dat een summiere memorie van grieven later nog kon worden aangevuld. Het hof wijst erop dat dit vanwege de tweeconclusieregel niet mogelijk is en dat het op de weg van verweerder had gelegen klager daarvoor te waarschuwen. Het hof rekent verweerder het gebleken gebrek aan civiele procesrechtelijke kennis aan en acht het verwijt van juridisch ondermaats presteren gegrond. Daarmee heeft verweerder de kernwaarde deskundigheid geschonden.
Verder onderschrijft het hof het oordeel van de raad dat verweerder klager onvoldoende heeft geïnformeerd over de voortgang van zijn zaken en lopende termijnen. Verweerder heeft niet kunnen aantonen dat hij klager adequaat heeft geïnformeerd. Ook heeft verweerder zijn werkzaamheden op onzorgvuldige wijze beëindigd. Daarbij acht het hof het voor het blok zetten van klager om een vaststellingsovereenkomst te ondertekenen alvorens een memorie van grieven in te dienen ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. In die vaststellingsovereenkomst was onder meer opgenomen dat klager zich diende te onthouden van het indienen van een tuchtklacht, op straffe van een forse dwangsom. Volgens het hof bevatten deze voorwaarden een buitenproportioneel karakter en wijzen zij erop dat verweerder zijn eigen belang heeft laten prevaleren boven dat van klager. Daarmee heeft verweerder de kernwaarde integriteit ernstig geschonden.
Ten aanzien van de klachtbehandeling oordeelt het hof dat verweerder de interne klacht van klager veel te laat heeft doorgestuurd naar de klachtenfunctionaris en klager vervolgens niet heeft geïnformeerd dat de interne klachtenprocedure feitelijk was beëindigd. Ook dit klachtonderdeel is daarom gegrond.
Het verwijt dat verweerder door derden onder druk zou zijn gezet of onvoldoende partijdig zou hebben gehandeld, is onvoldoende onderbouwd en wordt ongegrond verklaard.
Het hof komt daarmee tot een verdergaande gegrondverklaring dan de raad en legt daarom aan verweerder de maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken op.
ECLI:NL:TADRSGR:2025:247: Berisping wegens beroepsfout en onzorgvuldige bejegening van cliënt
Deze zaak betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder stond klager, een vennootschap onder firma, bij in een geschil met de verhuurder van een bedrijfsruimte over funderingswerkzaamheden en de daaruit voortvloeiende schade. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij een beroepsfout heeft gemaakt door namens de verkeerde partij te dagvaarden, de zaak onvoldoende heeft voorbereid, onvoldoende bereikbaar was en in zijn communicatie onvoldoende empathie en begrip heeft getoond.
Naar het oordeel van de raad staat vast dat verweerder een beroepsfout heeft gemaakt door niet namens de vof maar slechts namens een van de vennoten te dagvaarden. Uit het vonnis van de kantonrechter volgt dat dit geen vergissing was die zich leende voor herstel, maar een weloverwogen keuze was. Als deze fout niet was gemaakt, zou de kantonrechter inhoudelijk over de vorderingen hebben geoordeeld in plaats van eiser niet-ontvankelijk te verklaren.
De raad rekent verweerder daarnaast aan dat hij de zorgen van de cliënt over een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring niet serieus heeft genomen. Nadat klager hierover vragen had gesteld naar aanleiding van de conclusie van antwoord van de wederpartij, heeft verweerder die zorgen weggewuifd zonder deze met inhoudelijke argumenten te weerleggen. Indien verweerder destijds serieus op die signalen was ingegaan, had hij volgens de raad zelf kunnen ontdekken dat er sprake was van een fout en had hij nog kunnen proberen deze te herstellen.
Ook de wijze waarop verweerder met klager communiceerde acht de raad onzorgvuldig en onprofessioneel. Uit de e-mails blijkt volgens de raad een geïrriteerde en aanmatigende toon, waardoor klager zich niet serieus genomen voelde. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zijn cliënt serieus neemt en met respect behandelt. Dat verweerder bovendien op een door hemzelf verplaatste bespreking te laat verscheen en daarbij een korte broek en slippers droeg, heeft dit gevoel bij klager begrijpelijkerwijs versterkt. De door verweerder aangevoerde persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen dit gedrag niet.
Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zowel in de kwaliteit van zijn dienstverlening als in zijn omgang met de cliënt tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op de ernst van de beroepsfout, de onzorgvuldige communicatie, het eerdere tuchtrechtelijke verleden van verweerder en het feit dat verweerder na ontdekking van de fout wel verantwoordelijkheid heeft genomen, acht de raad de maatregel van berisping passend en geboden.
Samenvattingen (bron: tuchtcolleges)
2. Eigen advocaat
-
Raad van Discipline 's-Gravenhage
Beroepsfout en onprofessionele bejegening door advocaat; berisping opgelegd.
2025-12-01
(Zaaknummer: 25-118/DH/RO, ECLI:NL:TADRSGR:2025:247, TR-2025-1154) -
Hof van Discipline
Meerdere tekortkomingen advocaat gegrond; vier weken schorsing opgelegd.
2025-12-01
(Zaaknummer: 240152, ECLI:NL:TAHVD:2025:250, TR-2025-1100) -
Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden
Advocaat treedt op tegen voormalige cliënte; berisping opgelegd.
2025-11-24
(Zaaknummer: 25-363/AL/GLD, ECLI:NL:TADRARL:2025:254, TR-2025-1094) -
Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden
Klacht over advocaat-scheidingsmediator na echtscheiding ongegrond verklaard.
2025-11-24
(Zaaknummer: 25-398/AL/MN, ECLI:NL:TADRARL:2025:255, TR-2025-1095)
