Update
Onder het kopje ‘Selectie uitspraken door de NOvA’ wordt toegelicht waarom de uitspraken zijn geselecteerd. Door te klikken op het ECLI-nummer wordt u doorgeleid naar de database NOvA Tuchtrecht Updates.
Onder het kopje ‘Samenvattingen’ vindt u de samenvattingen die door de tuchtcolleges ten behoeve van de publicatie zijn gemaakt. Deze samenvattingen zijn ook te vinden in de database NOvA Tuchtrecht Updates.
Selectie uitspraken door de NOvA
ECLI:NL:TAHVD:2025:11: Schorsing wegens frustreren dekentoezicht
Deze zaak betreft een dekenbezwaar tegen een advocaat die herhaaldelijk niet heeft voldaan aan redelijke verzoeken van de deken om financiële gegevens en toelichting daarop aan te leveren. Verweerder zou hebben gehandeld in strijd met de kernwaarde financiële integriteit, nu de door verweerder aangeleverde cijfers onbetrouwbaar en onjuist zijn.
De raad achtte beide klachtonderdelen gegrond. De raad stelt dat een advocaat op grond van gedragsregel 29 en artikel 5:20 Awb verplicht is om de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is bij de uitoefening van de bevoegdheden van de deken en daartoe de benodigde informatie te verschaffen. Verweerder heeft de deken door zijn handelen en nalaten structureel en op ernstige wijze in zijn toezichthoudende taak gefrustreerd; daarnaast heeft hij gehandeld in strijd met artikel 6.5 Voda en met de kernwaarden deskundigheid en financiële integriteit. De raad legt een schorsing van 26 weken op.
Zowel de deken als verweerder is in hoger beroep gekomen. De deken heeft bezwaren gericht tegen de hoogte van de maatregel en verweerder heeft dertien grieven tegen de uitspraak aangevoerd. Het hof bevestigt dat verweerder wederom onvoldoende medewerking heeft verleend en daarmee het toezicht van de deken ernstig heeft belemmerd. Het hof volgt de raad echter niet in het oordeel dat verweerder ook onjuiste of onbetrouwbare cijfers heeft aangeleverd; dit is onvoldoende onderbouwd. Het hof legt een schorsing op van 26 weken, waarvan dertien weken voorwaardelijk. Daarnaast moet verweerder een door de deken goedgekeurd coachingtraject volgen gericht op de financiële inrichting van zijn praktijk.
ECLI:NL:TADRARL:2025:51: Waarschuwing wegens onvoldoende kennis van gedragsregels
Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster is een gemeente. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregels 6, 21 en 25 door haar gemachtigde niet te informeren over het uitbrengen en het aanbrengen van de dagvaarding en over de betekening van het exploot van het verstekvonnis, terwijl verweerder wist dat klaagster werd bijgestaan door een advocaat. Volgens klaagster had verweerder haar gemachtigde moeten informeren toen hij de dagvaarding bij de rechtbank aanbracht, zeker nu verweerder dat al had nagelaten bij de betekening van de dagvaarding. Door dat na te laten heeft klaagster zich niet gesteld en dat heeft geleid tot het verstekvonnis waarbij klaagster is veroordeeld tot ruim 1,4 miljoen euro. Verder heeft verweerder acht weken gewacht voordat hij het verstekvonnis vlak voor kerst aan klaagster heeft laten betekenen. Klaagster stelt dat zij door het handelen van verweerder in haar (financiële) belangen is geschaad.
De raad stelt voorop dat een situatie als bedoeld in gedragsregel 21 hier niet aan de orde is, omdat het in de klacht gaat over (het gebrek aan) een mededeling aan de wederpartij en niet aan de rechtbank. De raad is verder van oordeel dat verweerder op grond van de feitelijke omstandigheden in onderling verband en in samenhang bezien in dit geval tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de gemachtigde van klaagster geen afschrift van de dagvaarding toe te sturen gelijktijdig met het uitbrengen daarvan en door de gemachtigde niet (vooraf) te informeren over het aanbrengen van de dagvaarding bij de rechtbank en de betekening van het verstekvonnis. De raad verklaart de klacht daarom gegrond en legt, gelet op het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder, een waarschuwing op.
ECLI:NL:TADRAMS:2025:17: Klacht over fout in toevoegingsaanvraag ongegrond
Deze zaak betreft een klacht van klaagster tegen haar voormalige advocaat. Klaagster verwijt verweerder dat in de toevoegingsaanvraag die bij de Raad voor Rechtsbijstand is ingediend het adres van de wederpartij is ingevuld in plaats van het adres van klaagster.
Verweerder erkent dat onder zijn verantwoordelijkheid een administratieve fout is gemaakt bij het invoeren van de gegevens. Hij heeft hiervoor excuses aangeboden en direct na melding door klaagster een mutatieverzoek ingediend bij de Raad voor Rechtsbijstand om het adres te corrigeren. Ook heeft verweerder interne processen aangepast om herhaling te voorkomen.
De raad overweegt dat het gaat om een eenmalige omissie van administratieve aard, die verweerder onmiddellijk heeft hersteld. Van schending van een tuchtrechtelijke norm is niet gebleken. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
ECLI:NL:TAHVD:2025:28: Voorwaardelijke schorsing wegens onvoldoende professionele distantie
Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft de ex-partner van klager bijgestaan in een familierechtelijk geschil. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij ongefundeerde beschuldigingen heeft geuit over klager, onjuiste stellingen in zijn verweerschrift heeft opgenomen en niet heeft gehandeld in het belang van klager en zijn minderjarige zoon.
De raad oordeelt dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door, ondanks betwisting, zonder verificatie en onderbouwing te blijven stellen dat er aangiftes tegen klager waren terwijl er slechts sprake was van meldingen. Daarnaast heeft verweerder zijn cliënte nagenoeg onvoorwaardelijk geloofd en zich te veel met haar vereenzelvigdt, waardoor hij onvoldoende professionele distantie hield in een familierechtelijke zaak en daarbij onvoldoende rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de minderjarige zoon en (ook) klager. De raad verklaart deze klachtonderdelen deels gegrond en de overige klachtonderdelen deels ongegrond respectievelijk niet-ontvankelijk. Aan verweerder wordt een voorwaardelijke schorsing van twee weken opgelegd. Verweerder heeft beroep ingesteld.
Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder onvoldoende kritisch is geweest ten aanzien van de ernstige beschuldigingen en niet nader onderbouwde stellingen van zijn cliënte over klager en dat hij zich te veel heeft vereenzelvigd met zijn cliënte, waardoor hij de belangen van klager onnodig heeft geschaad. Het hof volgt verweerder niet in zijn stelling dat de door hem gekozen – naar het oordeel van het hof zeer confronterende – communicatiestijl juist in familiezaken ervoor kan zorgen dat er een discussie tussen partijen op gang komt, waardoor zij mogelijk tot elkaar komen. Verweerder miskent daarmee naar het oordeel van het hof zijn rol als advocaat in familierechtelijke geschillen, waarbij hij moet waken voor onnodige polarisatie tussen partijen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Samenvattingen (bron: tuchtcolleges)
1. Wat een behoorlijk advocaat betaamt
-
Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in een langlopende procedure de advocaat van klaagster vooraf niet geïnformeerd over het uitbrengen van de dagvaarding, het aanbrengen van de dagvaarding en de betekening van het verstekvonnis. Verweerder heeft onvoldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster om zich behoorlijk tegen de vordering van de cliënt van verweerder te verweren. De belangen van klaagster zijn hierdoor onnodig geschaad. De optelsom van de feitelijke omstandigheden in deze zaak in onderling...
2025-02-24
(Zaaknummer: 24-731/AL/GLD, ECLI:NL:TADRARL:2025:51, TR-2025-0187) -
Hof van Discipline
Verweerder is in gebreke gebleven met het tijdig en naar behoren voldoen aan redelijke verzoeken van de deken met betrekking tot het aanleveren van financiële gegevens en een toelichting daarop. De raad heeft verweerder hiervoor een schorsing van 26 weken opgelegd. Het hof oordeelt dat verweerder – terwijl hij reeds door de tuchtrechter op de onjuistheid van zijn handelen was gewezen – wederom de deken structureel en op ernstige wijze in zijn toezichthoudende taak heeft gefrustreerd. Dat verweerder ook in...
2025-01-17
(Zaaknummer: 240156, ECLI:NL:TAHVD:2025:11, TR-2025-0043)
