Rechtspraak
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft het aanwijzingsverzoek afgewezen omdat klaagster werd bijgestaan door een advocaat, die nog steeds bereid was om klaagster te blijven bijstaan, terwijl niet was gebleken van een onjuist professionele inschatting van de advocaat en evenmin van structurele onwil of onvermogen van de advocaat om rechtsbijstand te verlenen. Het hof onderschrijft dit oordeel, evenals het besluit van de deken om zijn beslissing niet te herzien nadat de advocaat zich (een maand na hervatting van de werkzaamheden) alsnog onttrok. Inmiddels heeft klaagster een andere advocaat gevonden, die haar wilde bijstaan. Zij heeft er echter zelf voor gekozen om met die advocaat niet in zee te gaan, waarbij (wederom) een verschil van inzicht speelde over de professionele beoordeling van de zaak. Dat klaagster geen bijstand van een advocaat heeft, terwijl de datum van de mondelinge behandeling in de lopende procedure nadert, komt voor klaagsters eigen rekening en risico. Artikel 13 Advocatenwet is voor deze situatie - klaagster wenst een advocaat die bereid is te doen wat zij van die advocaat verlangt - niet bedoeld.
