Naar boven ↑

Rechtspraak

Deze zaak betreft een klacht over privégedragingen van een advocaat. Klaagster 2 heeft over verweerder eerder (in mei 2021) een klacht ingediend maar heeft die weer ingetrokken.  Vervolgens is de klacht door klaagsters op 20 februari 2024 bij de deken ingediend. Anders dan de raad acht het hof ten aanzien van klaagster 2 geen strijd met het ne-bis-in-idembeginsel (artikel 47b lid 1 Advocatenwet) omdat over die eerdere klacht geen onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen. Het hof ziet hierin evenmin aanknopingspunten voor misbruik van het tuchtrecht door klaagster 2.  Anders dan de raad acht het hof ook de maatschap op grond van een eigen rechtstreeks belang ontvankelijk in de klacht. Klaagsters zijn echter niet-ontvankelijk in hun klacht voor zover die ziet op gedragingen van verweerder van voor 20 februari 2021. Voor zover de klacht ziet op gedragingen van na die tijd is de klacht ongegrond.