Rechtspraak
Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. De derde en thans vierde executieveiling zijn een gevolg van het niet-nakomen door klager van afspraken in de vaststellingsovereenkomst. In de door klager aangevoerde argumenten ziet het hof geen nieuwe feiten of omstandigheden die maken dat de vierde executieveiling een andere (nieuwe) kwestie betreft die los staat van de reeds plaatsgevonden executieveilingen.
Dit betekent dat het aanwijzingsverzoek van klager betrekking heeft op dezelfde kwestie waarvoor al eerder aan klager een advocaat is aangewezen. Verder heeft klager in juni 2026 contact gelegd met een advocaat die bereid was klager bij te staan. Klager heeft op 27 juli 2026 laten weten de opdracht niet te kunnen verstrekken vanwege zijn financiële situatie. Dat klager de declaratie volgens zijn zeggen niet heeft kunnen betalen omdat hij het daarvoor benodigde geld niet had ontvangen (van derden), betekent niet dat de deken daarom nu een advocaat moet aanwijzen aan klager.
