Rechtspraak
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klaagster verwijt de advocaat dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over het feit dat (en wanneer) hij zich in een procedure tegen (ook) klaagster voor haar heeft gesteld en evenmin over de voortgang van de zaak, waaronder alle ontwikkelingen op de rol (de agenda van de rechtbank), meer specifiek de (fatale) termijn waarop de conclusie van antwoord moest worden genomen. Uit het klachtdossier blijkt niet dat de advocaat dat wel heeft gedaan. De advocaat stelt er een mondelinge afspraak was. Hij zou zich wel in de procedure zou stellen, maar pas verdere werkzaamheden verrichten zodra openstaande rekeningen voor andere werkzaamheden waren betaald. De advocaat heeft deze afspraak niet schriftelijk vastgelegd. Hierdoor heeft hij de ontstane onduidelijkheid zelf veroorzaakt en in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16. Dit leidt tot de maatregel van een berisping.
