Naar boven ↑

Rechtspraak

Klager is ontvankelijk omdat hij binnen drie jaar na kennisname van het verweerder verweten handelen daarover bij de deken heeft geklaagd. Verweerder heeft met zijn optreden in strijd gehandeld met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en partijdigheid. Dit optreden van verweerder en de daarbij door hemzelf gecreëerde mist rondom de rol waarin hij voor klager optrad heeft zich bovendien over een lange periode uitgestrekt. Verweerder heeft daarbij onvoldoende professionele distantie betracht en had zich als advocaat beter niet kunnen inlaten met investeerders in grondtransacties in Turkije, waarbij klager en ook hijzelf een (al dan niet indirect) financieel belang hadden. Verweerder heeft tijdens de zitting van de raad duidelijk gemaakt dat hij hiervan achteraf ook spijt heeft en dat nooit had moeten doen. Verweerder heeft een blanco tuchtrechtelijk verleden en is in oktober 2025 als advocaat gestopt. Gelet op alle omstandigheden als hiervoor omschreven acht de raad een maatregel van berisping passend en geboden.