Rechtspraak
Tweede verzoek om herziening afgewezen. De voorzitter stelt voorop dat het gestelde bedrog geen grond oplevert voor herziening. Ook overigens is er naar het oordeel van de voorzitter geen sprake van een nieuw feit of omstandigheid dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 16 oktober 2024 en wordt genoemd in de uitspraak van 19 maart 2025, die weer wordt genoemd in de op 26 maart 2026 gepubliceerde uitspraak van 18 maart 2026, en dateert dus van vóór de zitting van 20 april 2026. Dat verzoeker pas na de zitting bij het hof op 20 april 2026 op onderzoek is uitgegaan komt voor zijn rekening en risico.
