Naar boven ↑

Rechtspraak

Voorzittersbeslissing. Klaagsters  verwijten over de wijze waarop verweerder op klaagsters aansprakelijkstelling heeft gereageerd zijn kennelijk ongegrond. Verweerder heeft met bekwame spoed op de aansprakelijkstelling gereageerd en heeft daarbij een toereikende inhoudelijke reactie gegeven op klaagsters vragen en verzoeken.  Het stond verweerder vrij om aan klaagster mede te delen dat aansprakelijkheid werd afgewezen en om, mede gelet op de samenhang tussen de tuchtklacht tegen mr. Y en de aansprakelijkstelling, ter onderbouwing van dat standpunt te verwijzen naar het dekenstandpunt van 20 maart 2025. Dat verweerder aan klaagster geen voorstel tot betaling van schadevergoeding of schadebeperking heeft gedaan is in lijn met de afwijzing van de afwijzing van aansprakelijkheid en vormt geenszins aanleiding om aan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De voorzitter is voorts van oordeel dat verweerder door de weigering om de gegevens van zijn verzekeraar aan klager te verstrekken niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het verwijt dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de deken, nu de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk niet kon bevestigen dat zij een melding van verweerder had ontvangen, is eveneens onterecht. Vast staat dat (de assurantietussenpersoon van) verweerder de aansprakelijkstelling heeft doorgeleid aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Indien en voor zover de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk (al dan niet abusievelijk) andersluidende informatie aan klaagster heeft verstrekt kan dit verweerder niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. Van het onjuist informeren van de deken is geen sprake. In alle onderdelen kennelijk ongegrond.