Naar boven ↑

Rechtspraak

Dekenbezwaar. Verweerder heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad is van oordeel dat verweerder op ernstige wijze is tekortgeschoten als advocaat. Niet alleen in zijn taakopvatting als advocaat, die juist kritisch en proactief moet zijn in het belang van de cliënten, maar ook omdat sprake is van juist zeer kwetsbare en ook vaak niet-mondige cliënten in de Wvggz- en Wzd-zaken die verweerder doet. De deken heeft tijdens de zitting van de raad verklaard dat verweerder nog tientallen gelijksoortige zaken heeft liggen. Of verweerder voldoende met zijn cliënten bespreekt en hun belangen op juiste wijze behartigt, valt niet te controleren omdat verweerder niets schriftelijk vastlegt. Uit de stukken is de raad gebleken dat de deken met verweerder heeft gesproken over de mogelijkheid om zich op korte termijn als advocaat uit te schrijven gezien zijn pensioengerechtigde leeftijd. Als andere optie is door de deken coaching onder voorwaarden aan verweerder voorgesteld. Verweerder lijkt niet voor verbetering open te staan maar zich vast te klampen aan de situatie waarin hij nu zit. Hij heeft immers niet gereageerd op de door de deken voorgestelde opties. Verweerder is ook niet op de zitting van de raad verschenen. Het komt de raad voor dat verweerder ook voor zichzelf niet lijkt op te kunnen komen. Dit alles baart de raad ernstige zorgen. Onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken.