Naar boven ↑

Rechtspraak

Het hof komt tot het oordeel dat verweerder de hem in de klacht verweten gedragingen niet heeft begaan en de raad buiten de klachtomschrijving is getreden. Immers, de klacht luidt dat verweerder vanaf februari 2024 heeft opgetreden voor E. B.V., terwijl hij in de periode van 2016 tot 2019 als 'onafhankelijk advocaat' heeft opgetreden voor c.q. gesprekken heeft geleid tussen klaagster en E. B.V. om te komen tot onderlinge samenwerking, hetgeen een belangenconflict oplevert. Wat er zij van de werkzaamheden die verweerder van 2016 tot 2019 voor (een van de) partij(en) heeft verricht, deze werkzaamheden hadden niet ten doel om ‘te komen tot onderlinge samenwerking’. Vanaf 2012 was er namelijk al sprake van een samenwerking tussen klaagster en verweerder. Al hetgeen die werkzaamheden verder zouden hebben behelsd en of deze mogelijk een tegenstrijdig belang zouden kunnen opleveren, valt dan ook buiten het bereik van de klacht.