Naar boven ↑

Rechtspraak

Raadsbeslissing; klager die jarenlang gedetineerd was in de Verenigde Staten en onlangs naar Nederland is overgebracht heeft een klacht ingediend over verweerder die geadviseerd heeft over zijn terugkeer naar Nederland. Dit is niet de eerste klacht die klager over verweerder heeft ingediend. In een eerdere klachtprocedure heeft klager verweerder verweten dat hij zich schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling door eerst betrokken te zijn bij de zaak van klager en later het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) te adviseren. Over deze klacht heeft de raad in zijn beslissing van 11 december 2023, ECLI:NL:TADRAMS:2023:233, geoordeeld dat klager en BuZa hetzelfde, gemeenschappelijke belang hadden, namelijk het terughalen van klager naar Nederland en verweerder daarom met zijn advisering aan klager en BuZa geen tegenstrijdige belangen had gediend. Het Hof van Discipline heeft de beslissing van de raad op 27 september 2024 bekrachtigd (ECLI:NL:TAHVD:2024:249).
 
In onderhavige klachtprocedure is de advisering van verweerder aan klager en daarna aan BuZa opnieuw aan de orde gesteld. Na een Woo-procedure zijn volgens klager documenten vrijgekomen die een ander licht werpen op de zaak. De raad is van oordeel dat de door klager naar voren gebrachte omstandigheden geen hernieuwde beoordeling van de aan verweerder verweten belangenverstrengeling rechtvaardigen. De klacht hierover is daarom niet-ontvankelijk. Verder is het de raad niet gebleken dat verweerder in de vorige klachtprocedure bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over zijn bijstand aan klager. De klacht hierover is ongegrond.