Naar boven ↑

Rechtspraak

Verweerster heeft als opvolgend advocaat voor klager tijdig hoger beroep ingesteld. De raad is niet gebleken dat verweerster haar bijstand voor klagers op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd of daarmee ten onrechte zou hebben gedreigd. Het kantoor van verweerster heeft de door klagers verschuldigde griffierechten op 18 februari 2025 aan het gerechtshof betaald. Op 14 april 2025 heeft verweerster zowel voor het verschuldigde griffierecht als voor haar werkzaamheden een factuur aan klagers gestuurd. Dat klagers op dat moment in betalingsonmacht verkeerden door beslaglegging kan verweerster niet worden verweten. Verweerster heeft klagers in haar e-mail van 13 november 2024 verzocht om haar te informeren zodra zij iets zouden horen van de eisende partij, met name over de tenuitvoerlegging van het vonnis van 30 oktober 2024. Niet is gebleken dat klagers daarvan melding bij verweerster hebben gedaan. Nadat klagers verweerster over hun betalingsonmacht hebben ingelicht, heeft verweerster voorstellen gedaan, ook in overleg met de klachtenfunctionaris, over een betalingsregeling. Klagers hebben daarmee en met het werkvoorstel ingestemd, waarna verweerster de afgesproken werkzaamheden heeft verricht. Wegens opnieuw uitblijven van betaling, kon verweerster niet anders dan zich als advocaat te onttrekken. Dat heeft zij op meer dan zorgvuldige wijze gedaan. Ongegrond.