Rechtspraak
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond Het hof begrijpt dat klager voor twee procedures een advocaat toegewezen wenst te krijgen. In één van die twee zaken is een eindvonnis gewezen op 28 januari 2026. De deken heeft zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat hij voor die procedure geen advocaat meer aanwijst omdat die procedure is geëindigd. Voor die procedure heeft klager geen belang meer bij aanwijzing. Voor de andere procedure is de deken ervan uitgegaan dat zich in die procedure een advocaat heeft gesteld. Dat is niet weersproken. Het enkele feit dat de betreffende advocaat naar zeggen van klager niet voldoet of heeft voldaan aan een opdracht van klager leidt er niet tot dat klager een beroep kan doen op artikel 13 Advocatenwet. Dat is mogelijk pas het geval als de advocaat zich heeft onttrokken en de opdracht van klager heeft neergelegd. Dat is echter niet gebleken. De deken had dan ook goede gronden om het verzoek van klager af te wijzen.
