Naar boven ↑

Rechtspraak

Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening en excessief declareren. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te handelen in strijd met de in de advocatuur belangrijke kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. In dat verband rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij op geen enkel moment schriftelijk aan klager heeft bevestigd welk risico er kleeft aan de processtrategie om de verklaring van klager te wijzigen, terwijl er al een andersluidende verklaring van klager in het strafdossier zat. Door deze processtrategie wordt de in zedenzaken zo belangrijke betrouwbaarheid van (de verklaring van) de verdachte, klager, aangetast. 

Verder rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij excessief voor de verrichte werkzaamheden heeft gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang en dat hij klager voorafgaand aan zijn werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de totale kosten. Ook het niet maandelijks verstrekken van overzichten, zoals door het kantoor van verweerder toegezegd, en de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties, waardoor ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald, is ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.