Rechtspraak
Deze zaak betreft het handelen van een advocaat van gefailleerden. Het hoger beroep richt zich tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen a), e) en f). Klagers - curatoren - verwijten verweerder het medeplegen van witwassen, het niet voldoen aan de op hem rustende onderzoeks- en vergewisplicht in de zin van artikelen 7.1 en 7.3 Voda en handelen in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet neergelegde kernwaarde integriteit door het meewerken aan heling, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het faciliteren van het onttrekken van gelden aan de faillissementsboedel. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen (a) tot en met f)) ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan en bekrachtigt het oordeel van de raad.
