Rechtspraak
Verweerster heeft in drie zaken samengewerkt met een voormalige advocaten. Deze voormalige advocaat is vóór deze samenwerking door de Raad van Discipline van het tableau geschrapt en hij was ten tijde van deze samenwerking daarom geen advocaat meer. Desondanks heeft de voormalige advocaat deze zaken behandeld en dat gebeurde niet onder de verantwoordelijkheid van verweerster. Zij heeft in die zaken feitelijk slechts gefungeerd als doorgeefluik. Verweerster heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit. De raad rekent dit verweerster zwaar aan.
Bij de oplegging van de maatregel houdt de raad verder sterk rekening met het tuchtrechtelijke verleden van verweerster. De raad heeft haar tweemaal een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Eén van die veroordelingen zag - net als de onderhavige zaak - mede op een samenwerking die ertoe heeft geleid dat zij niet volledig onafhankelijk is geweest en de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en integriteit in gevaar heeft gebracht.
Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerster het verwijtbare van haar handelen niet inziet. Tijdens het onderzoek van de deken, in het door haar ingediende verweerschrift (waarin alle verwijzingen naar jurisprudentie onjuist of niet relevant zijn) en op de zitting van de raad heeft zij volhard in haar stelling dat zij op een correcte wijze heeft gehandeld.
De raad is - rekening houdend met alle feiten en omstandigheden - van oordeel dat alleen kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke schorsing. De raad zal verweerster een schorsing opleggen voor de duur van twaalf weken.
