Naar boven ↑

Rechtspraak

Dekenbezwaar. Schrapping. Bezwaar tegen een afhechtingsadvocaat.
De raad heeft vastgesteld dat verweerder in een zeer groot aantal zaken en gedurende een lange periode ernstig tekort is geschoten in zijn bijstand en daarbij heeft gehandeld in strijd met de kernwaarden partijdigheid, deskundigheid en integriteit. Verweerder heeft ten opzichte van zijn cliƫnten niet die zorg in acht genomen, die van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mag worden en hierdoor kan zeker niet worden uitgesloten dat zij in hun belangen zijn geschaad. De raad rekent dit verweerder zwaar aan. De aard en de ernst van deze feiten rechtvaardigen zonder meer een zeer zware maatregel.
Bij de oplegging van de maatregel acht de raad van belang dat (tijdens het onderzoek van de deken en op de zitting van de raad) niet is gebleken dat verweerder beseft dat hij onbetamelijk heeft gehandeld. Verweerder toont geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en hij kiest bewust voor een manier van handelen dat haaks staat op de voor de advocatuur elementaire beginselen en regelgeving. Dit beeld van verweerder wordt nog versterkt door het signaal van de rechtbank.
Verweerder heeft zijn onjuiste werkwijze in dit soort zaken - waaruit zijn praktijk geheel of in hoofdzaak bestaat - naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek en het dekenbezwaar niet aangepast en ook uit de opstelling van verweerder op de zitting van de raad leidt de raad af dat verweerder deze werkwijze niet wenst te veranderen.
6.4 Op grond van de ernst van de verwijten en het feit dat verweerder ter zitting geen, althans onvoldoende, inzicht heeft getoond in zijn eigen handelen, is de raad van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat in de toekomst nog uitoefent. Daarom wordt de maatregel van schrapping opgelegd.