Naar boven ↑

Rechtspraak

Dekenbezwaar over het handelen van verweerder. De deken verwijt verweerder dat hij in een poging om te bemiddelen voor een verdachte, die werd bijgestaan door een andere advocaat, contact heeft opgenomen met de advocaat van het slachtoffer (tevens getuige) zonder de behandelend advocaat van de verdachte in te lichten en dat hij ongeoorloofde druk op het slachtoffer heeft uitgeoefend om de verklaring die zij als getuige heeft afgelegd in te trekken. De raad heeft geoordeeld dat verweerder geen contact heeft opgenomen met de behandelend advocaat van de verdachte voordat hij gehoor gaf aan het verzoek van de verdachte om contact op te nemen met de advocaat van het slachtoffer en daarmee niet heeft gehandeld zoal het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad heeft het overige dekenbezwaar ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het betreft een hoger beroep van de deken tegen het ongegrond verklaarde klachtonderdeel. 

In hoger beroep oordeelt het hof dat verweerder in een lopende zedenzaak gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de verdachte om contact op te nemen met de advocaat van een van de getuigen, die tevens slachtoffer was. Verweerder heeft met het telefoongesprek willen bereiken dat de getuige, tevens slachtoffer, in een zedenzaak haar belastende verklaring in zou trekken onder de mededeling dat de verdachte een sterke zaak zou hebben en dat er door de verdachte nare dingen over de getuige/slachtoffer op de strafzitting in de openbaarheid zouden worden gebracht als haar verklaring niet zou worden ingetrokken. Verweerder heeft op verzoek van de verdachte op intimiderende wijze de druk op getuige/slachtoffer opgevoerd en de uitkomst van de strafzaak van de verdachte willen beïnvloeden. Het betrof bovendien een zedenzaak, waarin zowel de verdachte als de getuige/slachtoffer bekende Nederlanders zijn en die veel media aandacht trok. Het lag dan ook voor de hand dat de negatieve verklaringen van de verdachte zouden zien op intieme zaken waarvan brede openbaring extra pijnlijk zou zijn. Het benaderen van een getuige in een zedenzaak zoals verweerder heeft gedaan om deze onder druk te zetten en zo te ontmoedigen te verklaren is voor een advocaat volstrekt ontoelaatbaar. Met in achtneming van het door de raad gegrond verklaarde bezwaar van de deken en het in hoger beroep alsnog gegrond verklaarde bezwaar acht het hof een maatregel van een schorsing van 4 (vier) weken passend en geboden.