Rechtspraak
Naar het oordeel van de raad is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en heeft klager tijdig geklaagd over het optreden van verweerder. Verweerder heeft door zijn handelen de kernwaarden deskundigheid, vertrouwelijkheid en (financiƫle) integriteit geschonden. De raad acht de handelwijze van verweerder ernstig laakbaar. Verweerder heeft meerdere keren nagelaten om in alle openheid te vertellen dat hij een beroepsfout heeft gemaakt. Hij had dat in 2019 moeten doen, waartoe hij door de cassatieadvocaat ook geadviseerd was en ook op het moment dat klager bij hem op de lijn kwam omdat hij niet bekend was met het arrest van het hof dat volgde op zijn beroepsfout. Hij heeft niet alleen nagelaten zijn client deugdelijk te adviseren maar heeft zijn fout actief toegedekt door daarover verhullend te communiceren. Van verweerder mag bovendien bij de afhandeling van zijn aansprakelijkstelling door zijn verzekeraar de nodige regie worden verwacht. Ook daarin neemt verweerder een afwachtende houding aan. Alhoewel zijn gemachtigde tijdens de zitting excuses voor de gang van zaken heeft aangeboden, heeft verweerder zelf geen oprecht inzicht in het verwijtbare van zijn handelen getoond. Dat is zorgelijk. Daarnaast heeft verweerder zich niet gehouden aan de bepalingen van de AVG en de relatie met klager financieel niet netjes afgewikkeld. De raad legt aan verweerder een deels voorwaardelijke (2 weken) en deels onvoorwaardelijke (2 weken) schorsing in de praktijkuitoefening op.
