Rechtspraak
Verzet na afwijzende verwijzing niet-ontvankelijk. Uit de ingebrachte verklaringen van klager blijkt niet dat klager gedurende de verzettermijn niet in staat was om een verzetschrift in te dienen. Klager heeft in de periode waarin verzet kon worden ingesteld bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend (naar het hof begrijpt onder meer tegen de afwijzende beslissing van verweerder 1 van 3 oktober 2025 op het bezwaarschrift van klager) en klager heeft de acht data (in de periode 9 oktober 2025 tot en met 23 oktober 2025) en achttien tijdstippen op deze data waarop hij volgens verweerders stukken heeft ingediend in de bestuursrechtelijke procedures niet weersproken.
