Rechtspraak
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet ter discussie staat dat verweerder gedragsregel 12 (oud) heeft overtreden door tijdens een mondelinge behandeling een beroep te doen op confraternele correspondentie. Volgens verweerder zou dat in dit geval – kort gezegd – om meerdere redenen gerechtvaardigd zijn. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder echter onvoldoende onderbouwd dat er zodanige bijzondere omstandigheden bestonden dat de overtreding van gedragsregel 12 (oud) werd gerechtvaardigd. De klacht is in zoverre gegrond. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. De raad legt geen maatregel op. De raad neemt daarbij in aanmerking dat de betreffende confraternele correspondentie later alsnog door verweerder, met instemming van de advocaten van klaagsters, in het geding is gebracht. De raad weegt ook de houding van verweerder mee, waarbij hij excuses heeft gemaakt aan de advocaten van klaagster en op de zitting van de raad heeft toegegeven dat hij anders had kunnen handelen.
