Rechtspraak
Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat verweerster is tekortgeschoten bij de behartiging van de belangen van klager. Dat het nodig was geweest dat verweerster de volgens klager cruciale Whatsappberichten meteen of tijdig voor de zitting van 24 oktober 2022 in de procedure had overlegd, is de raad niet gebleken. Uit de tussenbeschikking van daarna volgt dat verweerster tijdens de zitting de strekking van alle door haar bestudeerde Whatsappberichten tussen klager en de moeder van het kind aan de orde heeft gesteld, zodat de rechtbank met het bestaan daarvan bekend was. De verwijten dat zij daarmee niets heeft gedaan en zowel voor als tijdens de zitting onvoldoende verweer heeft gevoerd, zijn feitelijk dan ook onjuist. Aan het verzoek tot schadeloosstelling ex artikel 48b lid 1 Aw komt de raad niet meer toe. Ongegrond.
