Rechtspraak
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door namens zijn cliënte het standpunt in te nemen dat deze niet gehouden was tot restitutie van het door klager betaalde bedrag van € 2.591,38 en door daarnaast in zijn brief d.d. 25 januari 2023 oneigenlijke druk uit te oefenen op klager door de betaling van het bedrag van € 1.993,- afhankelijk te stellen van een verklaring van klager dat deze tegen finale kwijting genoegen nam met dit bedrag en afstand deed van de aanspraak op restitutie van het bedrag van € 2.591,38. Verweerder heeft desgevraagd ter zitting van de raad geweigerd toe te lichten waarom het door hem verwoorde standpunt in zijn visie een pleitbaar standpunt was en heeft zich aldus kennelijk niet willen verantwoorden voor zijn optreden. Door een standpunt in te nemen, waarvan niet is gebleken dat het een pleitbaar standpunt was, en zich voor zijn optreden niet te willen verantwoorden, heeft verweerder naar het oordeel van de raad de kernwaarde integriteit geschonden. De raad acht in dezen de maatregel van berisping passend en geboden.
