Rechtspraak
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met de in de randnummers 7 en 9 van het verzoekschrift d.d. 11 september 2020 geponeerde stellingen en gebezigde bewoordingen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Hoewel de raad zich kan voorstellen dat klager door de in de randnummers 7 en 9 geponeerde stellingen gegriefd is en gelet op het van toepassing zijnde toetsingskader van een familierechtadvocaat mag worden verwacht dat die zich terughoudend opstelt, geldt dat onwelgevallige uitlatingen van een wederpartij niet zonder meer ontoelaatbaar zijn. Daarvan is pas sprake als uitlatingen bijvoorbeeld apert onjuist zijn of in redelijkheid geen bijdrage kunnen leveren aan het debat. Dit is de raad niet gebleken. Ongegrond.
