Rechtspraak
Raadsbeslissing. Klager verwijt verweerder dat hij zich in de randnummers 4 en 7 van het verweerschrift van 21 september 2022 onnodig grievend over klager heeft uitgelaten en feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan hij wist of kon weten dat die onjuist was. Hoewel de raad zich kan voorstellen dat klager door de in de randnummers 4 en 7 geponeerde stellingen gegriefd is en gelet op het van toepassing zijnde toetsingskader van een familierechtadvocaat mag worden verwacht dat die zich terughoudend opstelt, geldt dat onwelgevallige uitlatingen van een wederpartij niet zonder meer ontoelaatbaar zijn. Daarvan is pas sprake als uitlatingen bijvoorbeeld apert onjuist zijn of in redelijkheid geen bijdrage kunnen leveren aan het debat. Dit is de raad niet gebleken. Ongegrond.
