Naar boven ↑

Rechtspraak

Dekenbezwaar. Verweerder, advocaat, komt in beroep tegen de schorsing die de raad heeft opgelegd voor de duur van twee maanden. Het hof vernietigt deze beslissing en legt verweerder een schorsing op van dertien weken, waarvan zes weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Er is geen sprake van niet-ontvankelijkheid. De omstandigheid dat de deken in het voortraject geen reden had om zelfstandig een dekenbezwaar in te dienen en, nadat hij als deken de klacht heeft voortgezet, geen eigen klachten heeft geformuleerd, raken niet de zelfstandige bevoegdheid van de raad tot voortzetting van de klacht om redenen van algemeen belang. Het hof verklaart de klachtonderdelen gegrond. Door onoordeelkundig en buiten de opdracht van zijn cliƫnt te handelen heeft verweerder de kernwaarden deskundigheid en integriteit geschonden wat zwaar heeft te wegen. Nu verweerder de schade die hij aan de wederpartij heeft berokkend, heeft vergoed, kennelijk contacten heeft met de deken over verbetering van zijn praktijkvoering, ziet het hof aanleiding een deel van de schorsing, namelijk zes weken voorwaardelijk op te leggen.