Naar boven ↑

Rechtspraak

Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de voorzitter van het advocatenkantoor (19-628) en tegen het advocatenkantoor (een NV; 19-629) over de onzorgvuldige gang van zaken rond (de betaling van) de declaratie van het advocatenkantoor na het vermeend tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de aldaar werkzame advocaat, mr. N,  jegens klaagster. Over de klacht van vermeend verwijtbaar handelen van mr. N. wordt in een aparte procedure door de raad geoordeeld. Niet is gebleken dat de kantoororganisatie niet op orde is. De voorzitter oordeelt de klachten dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.