Naar boven ↑

Rechtspraak

Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden, 10 juni 2019
ECLI:NL:TADRARL:2019:158

Verweerder heeft een vordering van zijn cliënt, de klager, niet tijdig geïncasseerd. De vordering is verjaard. Over de voortgang in de zaak heeft verweerder klager voortdurend aan het lijntje gehouden. Toch heeft verweerder nog een kansloze procedure over de vordering aangespannen. Uiteindelijk heeft verweerder zijn aansprakelijkheidsverzekering ingeschakeld. Naast de klacht heeft de deken een dekenbezwaar ingediend over deze gang van zaken. Verweerder heeft de verwijten erkent. De klacht en het dekenbezwaar zijn dus gegrond en verweerder krijgt een berisping. Klager stelt nog dat verweerder hem heeft toegezegd dat hij zijn volledige schade vergoed zal krijgen. De verzekering heeft echter maar een gedeelte van de niet geïnde vordering vergoed als schade. Verweerder weigert de rest aan te vullen. Omdat de toezegging niet is komen vast te staan is dit gedeelte van de klacht ongegrond.