Naar boven ↑

Rechtspraak

Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden, 29 april 2019
ECLI:NL:TADRARL:2019:163

Op grond van de Gedragsregels 1992 is een advocaat verplicht om met zijn cliënt bij het begin van de zaak en verder telkens wanneer daartoe aanleiding bestaat, te overleggen of er termen zijn om te trachten door de overheid gefinancierde rechtshulp te verkrijgen. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad gehandeld overeenkomstig deze Gedragsregel. In de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht wordt uitvoerig in gegaan op de situatie waarbij sprake is van een toevoeging en wat tussen partijen geldt als de toevoeging wordt ingetrokken. Klaagster heeft zich niet over heel specifieke details geïnformeerd door de website van de Raad voor Rechtsbijstand te raadplegen, waarnaar verweerster haar in de opdrachtovereenkomst verwezen had. Omdat de mogelijkheid bestond dat de toevoeging zou worden ingetrokken had verweerster naar het oordeel van de raad er wel goed aangedaan om klaagster regelmatig te informeren over de stand van zaken in het geval klaagster wel zelf zou moeten betalen voor verweersters werkzaamheden. Dat maakt de klacht echter, nu dit door verweerster niet gedaan is, niet gegrond.

Niet verweerster maar klaagsters wederpartij heeft in de echtscheidingsprocedure verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap gevraagd. Het door klaagster (achteraf) beoogde doel de woning buiten de verdeling te laten lag niet (alleen) in handen van verweerster. Bovendien zou een wijze van adviseren als klaagster van verweerster stelt te verwachten, zoals de deken ook opmerkt, het systeem van de door de overheid gefinancierde rechtshulp omzeilen dat juist bedoeld is voor rechtszoekenden die onvoldoende inkomen of vermogen hebben. Ook dit onderdeel van de klacht is ongegrond.