Naar boven ↑

Rechtspraak

In casu niet afgaan op verklaringen van derden (boekhouder)

Het hof voegt hieraan toe dat het niet kan bepalen of klagers in een concreet geval voor toevoeging in aanmerking zouden zijn gekomen. Dat is aan de Raad voor de Rechtsbijstand. Waar het hier om gaat is dat een advocaat dit thema, overeenkomstig Gedragsregel 24, met zijn cliënten behoort te bespreken en het resultaat van die bespreking schriftelijk dient vast te leggen. Dat heeft verweerder niet gedaan. (…) Onjuist is de handelwijze van verweerder om af te gaan op inlichtingen van de heer X. Voor zover verweerder meende dat hij op basis van informatie van de heer X. en zijn cliënten goede gronden had om aan te nemen dat zijn cliënten niet in aanmerking zouden komen voor gefinancierde rechtsbijstand rijmt die mening niet met de aard van de opdracht: schuldsanering (nog daargelaten dat verweerder had behoren aan te sluiten bij de belastingaangiften). Bovendien was het verweerder bekend dat het aannemersbedrijf van klager eind 2009 was geliquideerd en mogelijk failliet was verklaard. Ook dit vormt een gedegen aanwijzing om niet betalend op te gaan treden, zonder expliciete toestemming van de cliënt.