Naar boven ↑

Rechtspraak

Stuk van cliënt niet overleggen en niet voortvarend optreden

(…) staat vast dat verweerder het stuk, tegen de uitdrukkelijke wens van zijn cliënten in, niet bij het gerechtshof heeft ingediend. Wel hebben klagers ter gelegenheid van het pleidooi bij het hof nog enige tijd gekregen om het woord te voeren, maar die was onvoldoende voor het volledige verhaal. Het betreffende stuk is toen ook niet overgelegd. Anders dan verweerder meent stond het hem niet vrij om eigenmachtig tegen de uitdrukkelijke wens van zijn cliënten in te gaan. Artikel 7:402 lid 1 BW dient tot uitgangspunt te worden genomen. Indien de advocaat het onwenselijk oordeelt om een schriftelijk stuk van zijn cliënten over te leggen, zal hij hen hiervan dienen te overtuigen en bij gebreke daarvan hetzij het stuk in overleg met zijn cliënten in de door hem gewenste richting aanpassen en dan overleggen, hetzij zijn opdracht neerleggen (lid 2). Bovendien had het op de weg van verweerder gelegen aan het hof kenbaar te maken dat klagers van hun recht om zelf te pleiten gebruik wilden maken (zij wilden zelf de rechters proberen te overtuigen) en daarbij een pleitnota wilden overleggen (art. 134 Rv). Dat is niet gebeurd. Klachtonderdeel 5 is mitsdien gegrond.