Naar boven ↑

Rechtspraak

Klacht wederpartij; onvoldoende professionele afstand tot eigen cliƫnt

Ter tuchtrechtelijke beoordeling staat of verweerder zich op zorgvuldige wijze ervan heeft vergewist dat de man bij het geven van de opdracht tot het verrichten van de werkzaamheden als advocaat en omtrent de inhoud, omvang en voortduren daarvan daadwerkelijk in staat was ter zake zijn wil te bepalen en zijn belangen te overzien. Indien zoals hier, een kwetsbare patiënt, die aan enige vorm van ouderdomsdementie lijdt en mogelijk standpunten inneemt die verband houden met zijn ziekte, bijstand van een advocaat inroept in een familierechtelijke geschil wordt van de advocaat gevraagd dat verifieerbaar duidelijk is dat en op welke wijze met de geestestoestand van de man rekening is gehouden bij de behandeling van de zaak (…). Naar het oordeel van het hof heeft verweerder zich te zeer verlaten op zijn eigen inschatting van de geestestoestand van de man (…). Het hof houdt het ervoor dat de werkzaamheden voor de man zijn verricht zonder dat verweerder daarvoor een toereikende opdracht van de man had. De kernwaarde onafhankelijkheid als bedoeld in art. 10a Advocatenwet brengt voor een advocaat ook mee dat hij professionele distantie houdt ten opzichte van zijn cliënt wanneer er - zoals in dit geval - alle aanleiding is te veronderstellen dat de cliënt de reikwijdte van zijn opdracht niet kan overzien. Daarvan uitgaande heeft verweerder de grenzen van zijn in 5.7 verwoorde begrensde vrijheid van handelen overschreden door bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt zonder redelijk doel de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig te schaden.