Naar boven ↑

Rechtspraak

Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline staat het optreden van een deken als zodanig niet onder tuchtrechtelijke controle tenzij de deken bij het uitoefenen van zijn functie zijn taak zodanig heeft verwaarloosd of zich zodanig heeft misdragen dat hij geacht moet worden zich te hebben schuldig gemaakt aan een handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.

Klager heeft zich tot de deken gewend met het verzoek hem een advocaat aan te wijzen ex artikel 13 Advocatenwet inzake een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft een advocaat aangewezen waarbij verweerder erop heeft gewezen dat het de advocaat is die uiteindelijk de strategie in een procedure bepaalt en een eigen verantwoordelijkheid heeft en niet klakkeloos de wensen van zijn cliënt behoeft te volgen. Nu klager het niet eens was met de aanpak van zijn advocaat heeft verweerder terecht niet opnieuw een advocaat aangewezen, gelet op het feit dat reeds eerder advocaten in dezelfde zaak voor klager hebben opgetreden. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Bovendien heeft verweerder klager gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na de beschikking van verweerder beklag te doen bij het Hof van Discipline ex artikel 13 lid 3 Advocatenwet. Klager heeft daarvan geen gebruik gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.