Update
Onder het kopje ‘Selectie uitspraken door de NOvA’ wordt toegelicht waarom de uitspraken zijn geselecteerd. Door te klikken op het ECLI-nummer wordt u doorgeleid naar de database NOvA Tuchtrecht Updates.
Onder het kopje ‘Samenvattingen’ vindt u de samenvattingen die door de tuchtcolleges ten behoeve van de publicatie zijn gemaakt. Deze samenvattingen zijn ook te vinden in de database NOvA Tuchtrecht Updates.
Selectie uitspraken door de NOvA
ECLI:NL:TADRAMS:2025:86: Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en geen onethisch gedrag
Deze zaak betreft een klacht van een cliënt tegen zijn eigen advocaat over haar bijstand in een omvangrijke en complexe civiele procedure met internationale aspecten. Klager verwijt verweerster onder meer onvoldoende betrokkenheid en communicatie, gebrekkige voortgang bij het opstellen van de conclusie van antwoord, nalatigheid bij het laten vertalen van cruciale stukken en professioneel onethisch gedrag doordat zij hem onder druk zou hebben gezet en zich dreigend zou hebben opgesteld waarbij uiteindelijk gedragsregels 12, 13, 14 en 16 zouden zijn geschonden.
De raad stelt vast dat verweerster haar werkzaamheden in redelijkheid heeft afgestemd op het verloop van de procedure. Zij mocht het opstellen van de conclusie van antwoord beperken zolang het bevoegdheidsincident nog aanhangig was, nu een onbevoegdverklaring de verdere inhoudelijke behandeling overbodig zou maken. Na de beslissing op het incident heeft verweerster klager geïnformeerd over het beoogde tijdpad en dit acht de raad redelijk. Dat klager een grotere urgentie en intensievere betrokkenheid verlangde, maakt niet dat verweerster tuchtrechtelijk tekort is geschoten. De bewaking van termijnen en de wijze van dossieropbouw behoren primair tot de verantwoordelijkheid van de advocaat.
Ook het verwijt dat verweerster nalatig zou zijn geweest bij het verzorgen van beëdigde vertalingen treft geen doel. De raad stelt vast dat verweerster voortvarend contact heeft gezocht met meerdere vertaalbureaus en dat de vertraging het gevolg was van de beperkte beschikbaarheid van beëdigd vertalers. Bovendien had het ontbreken van een beëdigde vertaling op dat moment niet noodzakelijkerwijs tot processuele problemen geleid.
Van intimidatie, chantage of dreigende communicatie is naar het oordeel van de raad geen sprake. Verweerster heeft op zakelijke en professionele wijze aangegeven dat zij vertrouwen van haar cliënt nodig had om de opdracht verantwoord te kunnen uitvoeren en dat zij zich zou moeten onttrekken indien dat vertrouwen ontbrak. Dat past bij een correcte taakopvatting van de advocaat en levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. De raad acht alle klachtonderdelen ongegrond.
ECLI:NL:TADRAMS:2025:90: Berisping wegens onvoldoende deskundige bijstand en gebrekkige communicatie
Deze zaak betreft een klacht tegen de eigen advocaat over de verleende bijstand in een langdurig geschil over de juridische overdracht van een woning in Hongarije. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij onvoldoende heeft gewaakt voor het behoud van aanspraken op dwangsommen, niet voortvarend heeft geadviseerd over het vorderen van opstalverzekeringspremies, onvoldoende juridische regie heeft gevoerd bij de levering van de woning en hem ontoereikend heeft geïnformeerd en gesteund.
De raad stelt vast dat niet kan worden vastgesteld of daadwerkelijk dwangsommen zijn verbeurd en of deze zijn verjaard, zodat dat klachtonderdeel ongegrond is. Wel oordeelt de raad dat verweerder klager onvoldoende en onduidelijk heeft geïnformeerd over de mogelijke verbeurte, invordering en verjaring van dwangsommen. Ook ten aanzien van de door klager betaalde opstalverzekeringspremies geldt dat het niet vorderen daarvan in de lopende procedure op zichzelf niet onzorgvuldig was, maar dat verweerder tekort is geschoten in de communicatie over de wijze waarop en het moment waarop die vordering kon worden ingesteld.
Daarnaast oordeelt de raad dat verweerder na het arrest van het gerechtshof onvoldoende deskundig en regievoerend heeft gehandeld bij de daadwerkelijke afwikkeling van de eigendomsoverdracht. Uit de correspondentie blijkt dat verweerder zelf aangaf het overzicht kwijt te zijn en onvoldoende kennis te hebben van het toepasselijke Hongaarse recht, terwijl hij desondanks de zaak bleef behandelen. Verweerder had de zaak op dat moment moeten overdragen aan een advocaat met relevante expertise. In zoverre heeft verweerder klager onvoldoende juridisch gesteund.
Een onderdeel van de klacht was dat verweerder geen uitstel wilde vragen, ondanks het verzoek van klager daartoe. Dit klachtonderdeel is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De klachten van klager over de declaraties en de inhoudelijke bijstand in de procedures bij de rechtbank en het hof worden ongegrond verklaard. De vordering tot schadevergoeding wordt tevens ook afgewezen, nu die beoordeling is voorbehouden aan de civiele rechter.
De raad verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en oordeelt dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde deskundigheid, mede door gebrekkige communicatie en onvoldoende regie. Gelet op de ernst van de tekortkomingen en eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen legt de raad aan verweerder de maatregel van berisping op.
ECLI:NL:TADRAMS:2025:92: Uitgangspunten waar een advocaat van de wederpartij aan moet voldoen, in het bijzonder in familierechtkwesties
Deze zaak betreft een klacht over een advocaat in een echtscheidingsprocedure. De vraag speelt of verweerster zowel voor de man, haar cliënt, als de vrouw, klaagster, heeft opgetreden. Naar aanleiding van haar betrokkenheid in de echtscheidingsprocedure, verwijt klaagster verweerster dat zij: (1) documenten opstelde die niet in lijn waren met de afspraken tussen partijen, onnodig complex waren, niet-relevante details bevatten en een negatief beeld van de tegenpartij richting de rechtbank schetsten; (2) klaagster onder druk zette om het convenant te ondertekenen; (3) de rechtbank onjuist heeft ingelicht; (4) niet heeft voldaan aan verzoeken van haar eigen cliënt, en (5) de rechtstaat ondermijnt.
De raad stelt vast dat het in casu in het belang van de man was dat verweerster in overleg met beide partijen een convenant zou opstellen. Verweerster heeft er in haar berichten aan klaagster geen misverstand over laten bestaan dat zij optreedt voor de man en heeft daarin het belang van klaagster om een eigen advocaat in te schakelen benadrukt. De raad is daarom van oordeel dat verweerster in deze kwestie de advocaat is van de wederpartij van klaagster. Om die reden geldt het volgende als uitgangspunt. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.
Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat de verhoudingen tussen partijen escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij in iedere zaak afwegen: (1) het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure, (2) het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan, (3) het verloop van het geschil tot dan toe en (4) de kans op succes van de procedure.
Naar het oordeel van de raad heeft klaagster geen belang bij een klacht die alleen ziet op de relatie tussen verweerster en haar cliënt, de man. De raad verklaart klaagster in klachtonderdeel 4 daarom niet-ontvankelijk. De raad concludeert ten aanzien van klachtonderdelen 1, 2, 3 en 5 dat verweerster heeft gehandeld op een wijze die past in de context van de procedure en bij haar rol van advocaat van de man. Zij heeft in relatie tot klaagster niet onzorgvuldig of onbetamelijk gehandeld. De raad verklaart deze klachtonderdelen daarom ongegrond.
ECLI:NL:TADRSGR:2025:105: Waarschuwing wegens onnodig grievende uitlating over faillissementscurator
Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager is curator van een gefailleerde naamloze vennootschap. Tussen een koper op de executieveiling en klager als curator is een geschil ontstaan. Verweerder stond deze koper bij. Klager verwijt verweerder dat hij tijdens een zitting klager in hoedanigheid van curator een oplichter heeft genoemd en daarmee gedragsregel 6 heeft overtreden. Verweerder verweet klager daarnaast nog twee andere klachtonderdelen, maar deze heeft hij ter zitting ingetrokken.
De raad concludeert dat tussen partijen vaststaat dat verweerder op de desbetreffende zitting het woord ‘oplichter’ heeft genoemd. De raad is van oordeel dat verweerder zich hiermee onnodig grievend heeft uitgelaten over klager als curator. Dit klemt temeer nu geen sprake kan zijn van een slip of the tongue, omdat verweerder de gewraakte beschuldiging heeft opgenomen in zijn (vooraf opgestelde) pleitnota en ter zitting, in het bijzijn van alle procesdeelnemers, heeft herhaald. Hoewel verweerder een ruime mate van vrijheid heeft, is hij met deze uitlating die vrijheid te buiten gegaan, zeker nu een advocaat wordt geacht zijn zaak op een zitting met enige distantie te bepleiten. Dit geldt volgens de raad nog sterker in een procedure tegen een faillissementscurator, die zijn bijzondere functie veilig en in vrijheid moet kunnen uitoefenen, en daarbij behoort te kunnen rekenen op beschaafde omgangsvormen. De raad verklaart de klacht daarom gegrond.
De raad is van oordeel dat sprake is van een fout die van voldoende gewicht is om een zakelijke terechtwijzing te geven. Verweerder heeft, hoewel pas na kennisneming van de klacht, inzicht getoond en aangegeven dat hij deze kwalificatie beter achterwege had kunnen laten en daarvoor zijn verontschuldigingen aangeboden. De raad legt daarom de maatregel van waarschuwing op.
Samenvattingen (bron: tuchtcolleges)
2. Eigen advocaat
-
Raad van Discipline Amsterdam
Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening, de communicatie en de voortvarendheid in alle onderdelen ongegrond.
2025-05-19
(Zaaknummer: 24-873/A/A, ECLI:NL:TADRAMS:2025:86, TR-2025-0491) -
Raad van Discipline Amsterdam
Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit en de wijze van bijstand. Verweerder heeft klager niet adequaat geïnformeerd over het verbeuren en verjaren van dwangsommen en over een vorderingen in verband met verzekeringspremies. Verweerder heeft klager verder onvoldoende bijgestaan na een voor klager gunstig vonnis op basis waarvan de eigendom van een woning in het buitenland moest worden overgedragen. De raad heeft de indruk dat verweerder onvoldoende expertise had om de overdracht in het buitenland te begeleiden en dat...
2025-05-19
(Zaaknummer: 24-668/A/NH, ECLI:NL:TADRAMS:2025:90, TR-2025-0496)
3. Advocaat wederpartij
-
Raad van Discipline 's-Gravenhage
Raadsbeslissing. Verweerder heeft klager, wederpartij en curator, ter zitting oplichter genoemd. Dat is onnodig grievend. Waarschuwing.
2025-05-26
(Zaaknummer: 24-405/DH/RO, ECLI:NL:TADRSGR:2025:105, TR-2025-0501) -
Raad van Discipline Amsterdam
Klacht over de advocaat van de ex-partner in een echtscheidingskwestie gedeeltelijk niet-ontvankelijk (gebrek aan belang) en gedeeltelijk ongegrond.
2025-05-19
(Zaaknummer: 24-927/A/A, ECLI:NL:TADRAMS:2025:92, TR-2025-0490)
