Update
Onder het kopje ‘Selectie uitspraken door de NOvA’ wordt toegelicht waarom de uitspraken zijn geselecteerd. Door te klikken op het ECLI-nummer wordt u doorgeleid naar de database NOvA Tuchtrecht Updates.
Onder het kopje ‘Samenvattingen’ vindt u de samenvattingen die door de tuchtcolleges ten behoeve van de publicatie zijn gemaakt. Deze samenvattingen zijn ook te vinden in de database NOvA Tuchtrecht Updates.
Selectie uitspraken door de NOvA
ECLI:NL:TADRARL:2025:108: Berisping wegens ernstige beroepsfout bij verzetprocedure
Deze zaak betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager bijgestaan in verschillende procedures na het uiteengaan van klager met zijn ex-partner. Klager verwijt verweerder dat hij meerdere ernstige fouten heeft gemaakt in een procedure over de verdeling en verkoop van de gezamenlijke woning.
Verweerder had namens klager moeten verschijnen in de door de ex-partner aangespannen procedure, maar verzuimde dit. Daardoor werd de vordering van de ex-partner bij verstek toegewezen. Hoewel verweerder vervolgens tijdig een verzetdagvaarding liet uitbrengen, maakte hij een tweede fout door het verzet niet in te schrijven in het rechtsmiddelenregister. Hierdoor werd klager niet-ontvankelijk verklaard. De vervangende machtiging aan de ex-partner bleef daarmee in stand, waarna de woning definitief aan de woningbouwvereniging werd verkocht. Klager woont sindsdien als huurder in zijn voormalige eigendom tegen aanzienlijk hogere woonlasten.
Verweerder erkende zijn fouten tegenover klager en adviseerde hem een aansprakelijkstelling te overwegen. De raad overweegt dat het nalaten van verweerder om zich te stellen onzorgvuldig was, maar herstelbaar. Het niet inschrijven van het verzet kwalificeert de raad echter als een ernstige fout die klagers belangen ernstig heeft geschaad. Verweerder heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een advocaat mag worden verwacht en heeft de kernwaarde deskundigheid geschonden. De raad legt verweerder de maatregel van berisping op.
ECLI:NL:TAHVD:2025:74: Waarschuwing vanwege onvoldoende bereikbaarheid, onvoldoende voortvarendheid en niet (tijdig) inzichtelijk maken van de kansen en risico’s van de zaak
Deze zaak betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klagers bijgestaan in een geschil met hun woningcorporatie in verband met lekkages aan hun woning. Klagers verwijten verweerder dat hij:
(a) slecht bereikbaar is;
(b) onnodig laat aan de zaak is begonnen en deze op onacceptabele wijze heeft vertraagd;
(c) zijn afspraken niet is nagekomen en een verkeerd advies heeft gegeven;
(d) de opdracht van klagers verkeerd heeft uitgevoerd;
(e) de zaak naar de wens van de wederpartij heeft behandeld en klagers onder druk heeft gezet om het aanbod van de wederpartij te accepteren;
(f) klagers in de steek heeft gelaten door zijn werkzaamheden neer te leggen.
Naar het oordeel van de raad heeft verweerder de zaak van klagers onvoldoende voortvarend opgepakt en was hij voor klagers onvoldoende bereikbaar. Ook had verweerder de kansen en risico’s van de zaak tijdig inzichtelijk moeten maken, hetgeen verweerder niet (tijdig) heeft gedaan. De raad verklaart klachtonderdelen a, b en d daarom gegrond. Naar het oordeel van de raad is de omstandigheid dat verweerder een andere kijk heeft op de kansen en risico’s van de zaak niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook is niet gebleken dat verweerder de wederpartij wilde helpen of klagers onder druk heeft gezet. Evenmin heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zijn werkzaamheden neer te leggen, nadat klagers zijn advies niet wilden volgen. Klachtonderdelen c, e en f worden daarom ongegrond verklaard en aan verweerder wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
Beide partijen zijn van de beslissing van de raad in beroep gekomen, maar zowel de beroepsgronden van verweerder als van klagers falen. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder de zaak na de intake te lang heeft laten liggen en niet heeft gereageerd op de verzoeken van klagers om contact, terwijl verweerder al in het beginstadium van de zaak beschikte over alle relevante gegevens om hun te adviseren over kansen en risico’s. De persoonlijke omstandigheden van verweerder en de naderhand door hem aan klagers aangeboden excuses doen daaraan niet af. Verweerder heeft bovendien nagelaten om met klagers te bespreken of schriftelijk te bevestigen of het door de woningcorporatie voorgestelde expertisetraject moest worden gevolgd en welk alternatief daarvoor mogelijk was, hetgeen hem tuchtrechtelijk wordt verweten. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad en ziet geen aanleiding voor een andere beoordeling.
ECLI:NL:TADRAMS:2025:84: Waarschuwing voor het niet delen van correspondentie en stukken met wederpartij tijdens deskundigenonderzoek
Deze zaak betreft een klacht van drie procederende partijen en hun advocaat tegen de advocaten van de wederpartij in een civiele procedure over de geldigheid van een testament, omdat er sprake zou zijn geweest van wilsonbekwaamheid van de erflaatster ten tijde van het opmaken van het testament. In die procedure was een deskundigenonderzoek gelast naar de geestvermogens van erflaatster.
Klagers verwijten verweerders verschillende tuchtrechtelijke handelingen:
(1) Verweerders hebben in strijd met de waarheid aan de deskundige meegedeeld dat deze het CIZ kon melden dat het CIZ gehouden was om informatie te verstrekken op basis van het tussenvonnis;
(2) Verweerders hebben het mailverkeer met de deskundige niet met klagers gedeeld en hebben niet gereageerd op het uitdrukkelijke verzoek om toezending daarvan;
(3) Verweerders hebben nagelaten om medische stukken die zij deelden met de deskundige te delen met klagers, waarmee verweerders het beginsel van fair trial en van hoor en wederhoor hebben geschonden;
(4) Verweerders hebben zich na het opvragen van de medische stukken door klager op het standpunt gesteld dat deze onder de geheimhouding zouden vallen, terwijl dat niet geldt voor de advocaat wanneer de informatie cruciaal is voor de zaak;
(5) Verweerders hebben nagelaten om een afschrift van hun brief van 25 januari 2024 aan de deskundige te doen toekomen aan klagers;
(6) Verweerders hebben de vraag waarom de deskundige medische stukken zijn toegezonden die nog geen deel uitmaakten van de procedure en klagers niet bekend waren, omzeild door zich achter elkaar te verschuilen.
Verweerders betogen dat zij handelen binnen de vrijheid van hun partijdige rol en dat medische vertrouwelijkheid meebracht dat zij de stukken niet aan klagers hoefden te sturen. Dit betreft klachtonderdelen 2, 3, 4 en 5. Daarnaast betogen verweerders dat klagers geen rechtstreeks belang hebben bij klachtonderdeel 1 en 4. Tevens stellen zij dat het niet duidelijk is tegen wie klachtonderdeel 6 is gericht aangezien ze niet zien wat er klachtwaardig aan is.
De raad oordeelt dat verweerders zich binnen hun rol als belangenbehartigers vrij mochten uitlaten richting de deskundige; het doorgeven van hun juridische opvatting over de reikwijdte van het tussenvonnis is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het verwijt over het toezenden van medische stukken aan de deskundige acht de raad eveneens ongegrond, omdat verweerders voorzichtig mochten omgaan met vertrouwelijke gegevens en mochten afwachten of de deskundige die stukken daadwerkelijk zou gebruiken. Wel acht de raad verwijtbaar dat verweerders klagers geen afschrift hebben gestuurd van hun e-mail van 25 januari 2024 aan de deskundige en dat zij niet uit zichzelf aan klagers hebben meegedeeld dat en welke stukken zij met de deskundige hadden gedeeld. Daarmee is klager onnodig het zicht ontnomen op informatie die voor het procesverloop relevant kon zijn. Deze handelwijze is onbetamelijk en schaadt de professionele omgang tussen advocaten.
De raad verklaart klachtenonderdelen 1, 2, 3 en 6 ongegrond. Klachtonderdelen 4 en 5 over het niet delen van de brief van 25 januari 2024 en het niet informeren van klagers over het delen van stukken met de deskundige verklaart de raad gegrond. De raad legt aan beide verweerders een waarschuwing op, waarbij rekening is gehouden met alle omstandigheden, het blanco tuchtrechtelijk verleden maar ook verweerders weinig reflectief vermogen.
ECLI:NL:TADRSGR:2025:76: Waarschuwing wegens onzorgvuldig handelen in hoedanigheid van mediator
Deze zaak betreft een klacht tegen een advocaat in zijn hoedanigheid van mediator. Klaagster en haar broer zijn bestuurders van een familiebedrijf. Na het overlijden van hun vader is wrijving ontstaan tussen de betrokkenen van het familiebedrijf en de Stichting Administratiekantoor van het familiebedrijf (STAK). Op initiatief van een bestuurder van de STAK is besloten tot mediation en verweerder is tot mediator benoemd. Verweerder heeft individuele gesprekken gevoerd met alle betrokkenen, daarvan verslagen opgesteld en daarover per e-mail gecorrespondeerd met de betrokkenen. Klaagster verwijt verweerder dat hij de vertrouwelijkheid heeft geschonden en zich in zijn bericht aan klaagster van 31 januari 2024 onvoldoende onpartijdig en neutraal heeft uitgelaten.
De raad stelt vast dat verweerder van een bestuurder van de STAK de zakelijke e-mailadressen heeft gekregen van de betrokkenen bij de mediation. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld door klaagster in de gegeven omstandigheden niet te vragen naar het (persoonlijke) e-mailadres waarop zij zijn berichten over de mediation, in het bijzonder het vertrouwelijke verslag van het gesprek met haar, zou willen ontvangen. Verweerder wist dat klaagster wegens arbeidsongeschiktheid in verband met de situatie in het familiebedrijf thuis was en geen toegang kon of wilde hebben tot haar zakelijke e-mailbox. Ook had verweerder er rekening mee moeten houden dat mede vanwege de afwezigheid van klaagster derden binnen het bedrijf toegang konden hebben tot haar zakelijke e-mailbox. Verweerder heeft daarnaast verslagen van gesprekken naar de verkeerde ontvangers gestuurd. Verweerder is aldus in zijn rol van mediator onvoldoende zorgvuldig geweest en heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad.
De raad is echter van oordeel dat het bericht van verweerder aan klaagster van 31 januari 2024 geen blijk geeft van onvoldoende onpartijdigheid of onvoldoende neutraliteit. De raad verklaart de grond daarom deels gegrond en deels ongegrond en acht de maatregel van waarschuwing passend.
Samenvattingen (bron: tuchtcolleges)
2. Eigen advocaat
-
Hof van Discipline
Wederzijds hoger beroep. Klacht over ontoereikende dienstverlening in huurkwestie (schade door lekkages), het niet nakomen van afspraken en het (dreigen met) het neerleggen van werkzaamheden. De raad heeft de klacht gegrond verklaard voor zover het gaat over het onvoldoende voortvarend optreden van verweerder en voor het overige ongegrond verklaard. Bekrachtiging.
2025-05-02
(Zaaknummer: 240289, ECLI:NL:TAHVD:2025:74, TR-2025-0443) -
Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden
Verweerder heeft zich niet gesteld in een door de ex partner van klager ingestelde vordering tot verdeling van de gezamenlijke woning. Nadat de vordering van de vrouw was toegewezen heeft verweerder tijdig verzet ingesteld, maar hij heeft verzuimd het verzet in te schrijven in het rechtsmiddelenregister. Klager is vervolgens in het verzet niet ontvankelijk verklaard. Als gevolg van een en ander heeft klager zijn woning moeten (terug)verkopen aan de woningbouwvereniging. Hij huurt deze woning nog steeds, maar tegen hogere kosten...
2025-04-14
(Zaaknummer: 25-037/AL/NN, ECLI:NL:TADRARL:2025:108, TR-2025-0354)
