Naar boven ↑

Update

Nummer 3, 2026
Uitspraken van tot

Onder het kopje ‘Selectie uitspraken door de NOvA’ wordt toegelicht waarom de uitspraken zijn geselecteerd. Door te klikken op het ECLI-nummer wordt u doorgeleid naar de database NOvA Tuchtrecht Updates.  

Onder het kopje ‘Samenvattingen’ vindt u de samenvattingen die door de tuchtcolleges ten behoeve van de publicatie zijn gemaakt. Deze samenvattingen zijn ook te vinden in de database NOvA Tuchtrecht Updates.  

Selectie uitspraken door de NOvA   

ECLI:NL:TADRAMS:2025:48: Schrapping wegens structureel onttrekken aan toezicht en in de steek laten van cliënten
Deze zaak betreft een dekenbezwaar tegen een advocaat die, ondanks meerdere aan hem opgelegde schorsingen, heeft nagelaten verantwoordelijkheid te nemen voor zijn cliënten en de toezichthoudende taak van de deken ernstig heeft gefrustreerd. Verweerder is niet verschenen in de tuchtprocedure en heeft geen enkel verweer gevoerd.  

Verweerder was in de jaren 2022-2024 meerdere malen tuchtrechtelijk veroordeeld, waaronder tot schorsingen van in totaal tientallen weken. Nadat de laatste schorsingen onherroepelijk waren geworden, heeft de deken verweerder uitdrukkelijk geïnformeerd over zijn verplichtingen tijdens een schorsing, waaronder de onmiddellijke overdracht van zaken, het informeren van cliënten en instanties en het niet meer mogen voeren van de titel advocaat. Verweerder kwam deze verplichtingen niet na. Hij verscheen niet op een gesprek met de deken, reageerde niet op berichten en leverde geen enkel overzicht van lopende dossiers of overdrachtsinformatie aan. 

Uit het dossier blijkt dat verweerder naliet cliënten te informeren over zijn schorsing en uitschrijving en dat dossiers bij ARAG en overige cliënten niet zijn overgedragen. Verweerder bleef onbereikbaar voor cliënten, wederpartijen, de Raad voor Rechtsbijstand, de deken en het gerechtshof. Een van zijn voormalige cliënten heeft inmiddels een schadevergoedingsprocedure moeten starten. 

De raad oordeelt dat verweerder zijn cliënten heeft laten vallen, toezeggingen structureel niet is nagekomen en de deken op ernstige wijze heeft belemmerd in haar toezicht. Dit handelen is in strijd met de kernwaarden integriteit, deskundigheid en betrouwbaarheid en schaadt het vertrouwen in de advocatuur in ernstige mate. De raad constateert dat geen enkele omstandigheid aannemelijk maakt dat het gedrag van verweerder verklaarbaar of verzachtend is. Alles afwegend acht de raad de maatregel van schrapping van het tableau passend en noodzakelijk. 

ECLI:NL:TADRSGR:2025:63: Waarschuwing wegens vergeten om verweer te voeren en uit schaamte de nadelige beschikking niet door te zenden
Deze zaak betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager bijgestaan in een echtscheidingsprocedure. Klager verwijt verweerder dat hij tekort is geschoten in zijn dienstverlening door processtukken niet (tijdig) in te dienen, onvoldoende te communiceren en klager niet juist te informeren, wat heeft geleid tot nadelige (financiële) gevolgen voor klager. Daarnaast verzoekt klager om een schadevergoeding van € 10.000, omdat hij door verweerders handelen psychische en lichamelijke gevolgen heeft ondervonden, die ook kosten met zich hebben gebracht. 

De raad is van oordeel dat verweerder is tekortgeschoten in zijn dienstverlening aan klager en verklaart de klacht deels gegrond en deels ongegrond. Verweerder heeft erkend dat hij heeft nagelaten om verweer te voeren tegen het alimentatieverzoek van de ex-partner, waardoor klagers financiële situatie niet is meegenomen in de beoordeling van het verzoek van de ex-partner. Als gevolg daarvan heeft verweerder (in eerste aanleg) een aanzienlijke alimentatieverplichting opgelegd gekregen, terwijl hij op dat moment in de bijstand zat. De beschikking waarin de alimentatieverplichting is opgelegd, is door verweerder bovendien ook niet doorgezonden aan klager. Daardoor is klager plotseling geconfronteerd met de beschikking toen de deurwaarder die kwam betekenen, waarvoor klager ook nog eens extra kosten voor de betekening diende te voldoen. 

Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij jegens klager is tekortgeschoten en heeft toegelicht dat de gemaakte fouten niet het gevolg zijn van onvoldoende deskundigheid of onervarenheid met echtscheidingsprocedures, maar dat hij gewoonweg per ongeluk is vergeten een verweerschrift in te dienen. Vervolgens heeft hij uit schaamte voor zijn handelen de beschikking niet doorgezonden aan klager. Verweerder betreurt deze gang van zaken en heeft de onnodige, door zijn nalaten veroorzaakte betekeningskosten aan klager vergoed.  

Naar het oordeel van de raad heeft verweerder er voldoende blijk van gegeven dat hij de onjuistheid van zijn handelen - waarmee hij de kernwaarden deskundigheid en integriteit heeft geschonden - inziet. De raad legt verweerder daarom een waarschuwing op. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, omdat dit het maximale schadevergoedingsbedrag van € 5.000 te boven gaat én omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd en te complex is om in deze tuchtprocedure vast te stellen. Klager kan daarvoor naar de civiele rechter gaan. 

ECLI:NL:TAHVD:2025:51: Wraking kan niet worden gebruikt om onvrede over een eerdere beslissing kenbaar te maken
Verzoekers hebben het hof verzocht om mr. B. in zaak X te wraken. De wrakingskamer van het hof, onder voorzitterschap van verweerder, heeft dat verzoek kennelijk ongegrond verklaard. Wanneer partijen voor de mondelinge behandeling van zaak X worden opgeroepen, staat verweerder vermeld als behandelend plaatsvervangend voorzitter. Verzoekers vrezen er niet op te kunnen rekenen dat verweerder hun klachten in zaak X zonder vooringenomenheid zal beoordelen en hebben een verzoek tot wraking van verweerder ingediend. 

Het onderhavige verzoek tot wraking (het tweede wrakingsverzoek) kan volgens de wrakingskamer van het hof niet anders worden begrepen dan dat verzoekers het niet eens zijn met de beslissing op het eerste wrakingsverzoek. Een wrakingsverzoek is niet bedoeld als middel om onvrede over een eerder door het hof gegeven beslissing aan de orde te stellen, laat staan die beslissing (nogmaals) inhoudelijk te (laten) toetsen. Wraking kan immers niet fungeren als rechtsmiddel tegen voor de wraker onwelgevallige, of in zijn ogen onjuiste, beslissingen. Daaruit volgt dat het tweede wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is.  

De wrakingskamer is verder van oordeel dat verzoekers het wrakingsmiddel hebben gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven, waardoor sprake is van misbruik van recht. Het hof bepaalt daarom dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen.  

ECLI:NL:TAHVD:2025:40: Afwijzing aanwijzing nieuwe advocaat
Deze zaak betreft een beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet tegen de beslissing van de deken van Zeeland-West-Brabant om geen advocaat aan te wijzen. Klaagster verzocht om aanwijzing van een andere advocaat omdat zij zich niet correct behandeld voelde door haar huidige advocaat, die op eerdere aanwijzing van de deken was benoemd om haar zaak - een mogelijke aansprakelijkstelling van haar werkgever - te beoordelen en te behandelen.  

Het hof stelt vast dat al eerder, na toetsing van de haalbaarheid, een advocaat voor klaagster is aangewezen. Deze advocaat, gespecialiseerd in arbeidsrecht en letselschade, is nog steeds bereid haar bij te staan. Volgens vaste jurisprudentie van het hof vormt onvrede met de aanpak of keuzes van een eenmaal aangewezen advocaat geen grond voor aanwijzing van een nieuwe advocaat (vgl. HvD 20 november 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:207). Artikel 13 Advocatenwet is bedoeld voor rechtzoekenden die géén advocaat kunnen vinden, niet voor situaties waarin de relatie met een aangewezen advocaat stroef verloopt.  

Klaagsters verwijten over het opnemen van medische stukken tegen haar wens, het niet aanpassen van fouten in de dagvaarding en het onvoldoende schriftelijk vastleggen van afspraken, kunnen in deze procedure niet inhoudelijk worden beoordeeld. Eventuele tuchtrechtelijke bezwaren tegen het handelen van de advocaat staan los van de vraag of een nieuwe advocaat moet worden aangewezen. De persoonlijke omstandigheden van klaagster en haar moeite om zelf een andere advocaat te vinden maken dit oordeel evenmin anders. Het hof concludeert daarom dat de deken het verzoek op juiste gronden heeft afgewezen, aangezien niet is voldaan aan de voorwaarden voor een nieuwe aanwijzing.  

Samenvattingen (bron: tuchtcolleges) 

1. Wat een behoorlijk advocaat betaamt

2. Eigen advocaat

15. Wraking

20. Aanwijzing advocaat